Ashihara karate: sabaki, kata en herkomst
Van alle knock-downscholen is Ashihara de meest herkenbare aan de voeten: wie de stijl ziet, ziet iemand die niet achteruit stapt maar om de aanval heen draait.
Gepubliceerd op Door de redactie van Karate Journaal
Waar de stijl vandaan komt
Ashihara karate is genoemd naar Hideyuki Ashihara, die leefde van 1944 tot 1995. Hij trainde eerst het Kyokushin van Masutatsu Oyama en werd daar instructeur, maar hij vond dat de school te veel vasthield aan vormen die in een gevecht weinig opleverden. In 1980 richtte hij zijn eigen organisatie op, de Ashihara Kaikan, en ging hij een stijl bouwen rond een enkel idee: niet de kracht van de tegenstander weerstaan, maar zijn richting gebruiken.
Dat idee heeft een naam: sabaki. Het woord betekent zoiets als behandelen of hanteren, en in de zaal komt het neer op een verplaatsing schuin langs de aanvalslijn, waarbij de verdediger achter of naast de aanvaller uitkomt. Wie eenmaal daar staat, heeft een vrije zijde en de ander niet. Precies die positie is wat de school haar leerlingen honderden keren laat oefenen.
Wat je in een Ashihara-les ziet
Het contactniveau ligt hoog. Er wordt geslagen en getrapt op het lichaam en met de voet naar het hoofd, maar de vuist naar het hoofd is verboden. Dat ene verbod verandert het hele gevecht: er wordt zonder handschoenen getraind, de afstand blijft kort en het lijf wordt de eerste doelzone. Wie uit een puntenreglement komt, moet daaraan wennen, want het gevecht stopt niet na een geldige treffer.
De verplaatsing is het tweede kenmerk. Waar veel scholen recht naar voren en naar achteren werken, oefent Ashihara de zijwaartse en draaiende stap tot die vanzelf gaat. Grijpen en kortstondig vasthouden hoort erbij: de partner wordt uit balans gebracht en meegetrokken in de richting waarin hij toch al viel. In de rubriek over de opbouw van een training staat hoe zo een opbouw van kumite er in de praktijk uitziet.
Sabaki is geen truc en geen geheim. Het is de gewoonte om een halve stap opzij te zetten op het moment dat iedereen achteruit wil.
Kata met twee
Het meest opvallende verschil met de klassieke scholen zit in de vormen. In de meeste karatestijlen loopt de karateka zijn kata alleen, tegen denkbeeldige tegenstanders. Ashihara draait die logica om: de vormen worden met een partner gelopen, waarbij de een aanvalt en de ander de reeks uitvoert. Wat in een gewone kata een voorstelling is, wordt hier een afspraak tussen twee mensen die elkaar op afstand en op timing corrigeren.
Voor een beginner is dat comfortabel, want hij ziet meteen waar zijn techniek naartoe gaat. Voor een gevorderde is het veeleisender, omdat een partner elke fout in afstand onmiddellijk zichtbaar maakt. Wie het klassieke alternatief wil begrijpen, leest de uitleg over kata als vaste vorm en ziet daar hoe verschillend twee scholen met hetzelfde woord kunnen omgaan.
Familie en verwanten
Ashihara staat niet alleen. Uit dezelfde Kyokushin-tak kwamen meer scholen voort, waaronder Enshin, opgericht door Joko Ninomiya, die eerder bij Ashihara trainde. De twee delen het sabaki-principe en verschillen in accent en organisatie. Wie het lijnenspel wil volgen, vindt het in het dossier over Enshin en het sabaki-principe, en de wortels liggen beschreven in het stuk over Kyokushin karate.
Ook in Nederland is de stijl al decennia aanwezig, meestal in zalen die daarnaast andere vechtsporten aanbieden. Dat heeft praktische gevolgen: de trainingsavonden liggen vast, de groepen zijn gemengd en er wordt vaker per blok dan per proefles kennisgemaakt. Wat je op zo een eerste avond kunt verwachten, staat in het overzicht van een karateclub kiezen.
Voor wie het past
Ashihara vraagt bereidheid tot contact en levert daar iets voor terug: een gevoel voor afstand dat in geen enkele afgesproken oefening te leren valt. Wie vooral vorm, precisie en de esthetiek van de klassieke kata zoekt, zit er minder goed. Wie wil weten hoe het lichaam een klap opvangt en hoe de eigen ademhaling zich daarbij gedraagt, vindt er meer dan in de meeste puntenreglementen.
Voor materiaal is de school bescheiden: een stevig pak, een bitje, en scheenbeschermers voor de contactvormen. De keuzes daarin staan uitgewerkt in het artikel over beschermers voor karate. Verder is het vooral een kwestie van de eerste maand doorkomen, want in die maand doet elke stap opzij nog pijn in de heup.