Kyokushin karate: kenmerken en herkomst
Geen enkele karateschool heeft het beeld van de sport in Europa zo sterk gekleurd als Kyokushin: blote vuisten, een gevecht dat doorgaat na de treffer, en een reputatie die vooruitloopt op de eerste les.
Gepubliceerd op Door de redactie van Karate Journaal
De school en haar oprichter
Kyokushin werd in de jaren zestig opgezet door Masutatsu Oyama, die eerder in verschillende Japanse scholen had getraind en zijn eigen organisatie de naam gaf die zich laat vertalen als de uiterste waarheid. De keuze voor die naam was geen bescheidenheid maar een programma: Oyama vond dat karate zich moest laten toetsen in een gevecht dat niet na een punt werd afgeblazen.
Dat leverde het reglement op waaraan de school tot vandaag herkenbaar is. Er wordt zonder handschoenen en zonder bitje gevochten, stoten en trappen naar het lichaam zijn toegestaan, trappen naar het hoofd ook, en alleen de vuist naar het hoofd is verboden. Een gevecht eindigt niet bij de eerste treffer maar wanneer een van beiden niet verder kan of de tijd om is.
Wat dat met de techniek doet
Een reglement vormt een stijl, en dat is bij Kyokushin goed te zien. Omdat er niet naar het hoofd gestoten wordt, is de dekking van de handen laag en de afstand kort. Omdat het gevecht doorloopt, telt uithoudingsvermogen zwaarder dan snelheid. En omdat de lage trap tegen het bovenbeen niet verboden is, wordt hij de meest herhaalde techniek van de school: hij is moeilijk te ontwijken op korte afstand en zijn effect stapelt zich op.
De training weerspiegelt dat. Er wordt veel op de plaats geoefend, er wordt geteld, en de laatste twintig minuten van een les zijn vaak uitgesproken zwaar. Wie gewend is aan een reglement waarin het gevecht steeds opnieuw begint, moet zijn hele ademhaling opnieuw indelen. In de rubriek over kihon, kata en kumite staat hoe die drie delen zich in een gewone les tot elkaar verhouden.
De vraag is niet of een treffer aankomt, maar hoe iemand ademt als hij aankomt. Dat is het onderscheid dat deze school maakt.
Kata blijft klassiek
Ondanks de nadruk op contact bleef Kyokushin de klassieke vormen behouden. De school gebruikt een reeks kata die deels uit oudere Japanse en Okinawaanse scholen komt en deels binnen de organisatie zelf is samengesteld. Ze worden alleen gelopen, in vaste volgorde, en ze spelen een rol bij examens. Wie het idee achter zo een vorm wil begrijpen, vindt de uitleg in het stuk over de opbouw van een kata.
Het gordelsysteem loopt van wit naar zwart via gekleurde tussenstappen, met per kleur meestal twee niveaus. Een examen bestaat uit kihon, kata, conditie en gevechten achter elkaar. Hoe die trap in het algemeen is ingericht, staat beschreven in het overzicht van kyu- en dangraden.
De takken die eruit voortkwamen
Kyokushin is de stam van een hele familie. Verschillende instructeurs richtten na verloop van tijd hun eigen school op, met een eigen accent op verplaatsing, worpen of wedstrijdvorm. Twee daarvan hebben in Nederland duidelijk voet aan de grond gekregen: de school beschreven in het dossier over Ashihara karate, en de latere afsplitsing die wordt behandeld bij Enshin karate.
Dat maakt het kiezen er niet eenvoudiger op, want de namen lijken op elkaar en de pakken zijn identiek. Het praktische onderscheid zit in het reglement en in de manier van verplaatsen, en dat is precies wat de vergelijking van karatestijlen naast elkaar zet.
De eerste maand
Voor een beginner is Kyokushin fysiek eerlijk: er wordt weinig verbloemd en veel herhaald. De meeste zalen laten nieuwe leden de eerste weken buiten de contactvormen meedoen, zodat de techniek er eerst is. Blauwe plekken op de onderarmen en de bovenbenen horen erbij en verdwijnen naarmate het lichaam eraan went.
Materiaal is er nauwelijks nodig. Een stevig katoenen pak volstaat, en pas bij de eerste contactvormen komen scheenbeschermers en een bitje erbij. Welk gewicht stof daarvoor prettig traint, staat in het artikel over een karatepak kiezen.