Karatetoernooien in Nederland: hoe een dag verloopt
Een eerste toernooi valt de meeste deelnemers zwaar op een onverwacht punt: niet het vechten, maar de zeven uur ertussenin.
Gepubliceerd op Door de redactie van Karate Journaal
Hoe het seizoen is opgebouwd
Het toernooiseizoen loopt in Nederland grofweg van het najaar tot het late voorjaar, met een stille periode in de zomer. Binnen dat seizoen bestaan er drie soorten wedstrijden: open clubtoernooien waar iedereen mag inschrijven, regionale wedstrijden binnen een bond, en de kampioenschappen waarvoor kwalificatie nodig is.
Voor een beginner is het open clubtoernooi de logische eerste stap. De organisatie is soepeler, het niveau loopt sterk uiteen en er zijn vrijwel altijd klassen voor lage graden. Welk reglement er geldt, staat in de uitnodiging en dat is het eerste wat je leest: de verschillen staan beschreven in het overzicht van de wedstrijdvormen in karate.
Inschrijven
Inschrijven gaat vrijwel altijd via de eigen club, en niet individueel. De leraar bepaalt wie er klaar voor is, geeft de graad en de gewichtsklasse door en regelt de licentie. Dat is geen formaliteit: een deelnemer die verkeerd is ingedeeld, komt tegenover iemand te staan met een heel ander niveau, en dat is precies wat het systeem moet voorkomen.
Bij de inschrijving hoort een keuze tussen kata en kumite, en vaak kan allebei. Voor een eerste keer is kata het rustigste begin, omdat de zenuwen er niet gecombineerd worden met contact. Hoe die vorm beoordeeld wordt, staat in het artikel over kata en hun opbouw.
De eerste keer duurt het vechten twee minuten en de dag negen uur. Wie zich daarop voorbereidt, heeft het al half gewonnen.
De dag zelf
- Aankomst en registratie, meestal vroeg in de ochtend, met licentie en identiteitsbewijs.
- Weging bij kumite, in pak of in sportkleding afhankelijk van het reglement.
- Bekendmaking van de poules, vaak pas kort voor de start en soms nog gewijzigd.
- Wachten, opwarmen, weer wachten: het grootste deel van de dag.
- De partij zelf, gevolgd door een pauze en eventueel een volgende ronde.
Dat wachten is de kern van het probleem. Wie zich om negen uur volledig opwarmt en pas om twee uur aan de beurt komt, staat koud op de mat. De praktische oplossing is een licht ritme aanhouden: rustig blijven bewegen, kort en herhaald opwarmen, en pas volledig doorwarmen als de poule ervoor bezig is.
Wat mee moet
Een schoon pak, de band, de verplichte beschermers volgens het reglement, een bitje, eten en drinken voor de hele dag, en warme kleding om overheen te trekken. Sporthallen zijn koud voor wie stilstaat, en een deelnemer die zeven uur in enkel een karatepak zit, is aan het einde stijf.
Welke beschermers per bond gebruikelijk zijn en welke kleuren voorgeschreven kunnen zijn, staat in het artikel over beschermers voor karate. En omdat het pak op zo een dag zwaar te lijden krijgt, is het gewicht van de stof relevant: dat staat in het stuk over een karatepak kiezen.
Voor begeleiders en publiek
Toeschouwers zitten in de tribune en niet aan de mat. Coaching gebeurt door één aangewezen persoon per deelnemer, en in veel reglementen alleen tussen de rondes. Voor ouders die voor het eerst meegaan, is dat wennen, en het is een van de meest voorkomende bronnen van irritatie op een toernooidag.
De omgangsvormen die op een toernooi gelden, zijn een uitvergroting van die uit de zaal: dezelfde groet, dezelfde volgorde, dezelfde stiltes. Ze staan beschreven in het artikel over etiquette in de dojo. Wat er verder aan activiteiten in een seizoen zit, staat in het overzicht van de agenda van kampen en seminars.
Na afloop
De meeste deelnemers verliezen hun eerste toernooi, vaak in de eerste of tweede partij, en gaan met een lange dag en twee minuten wedstrijd naar huis. Dat voelt scheef. De opbrengst zit echter niet in de uitslag maar in het feit dat er onder spanning is gevochten tegen iemand die niet uit de eigen zaal komt, en dat is met geen enkele training te vervangen.
Nuttig is om binnen een week met de leraar terug te kijken, het liefst met beeld. Eén concreet punt uit die wedstrijd is genoeg om maanden aan te werken, en dat punt is bijna altijd iets simpels: de handen zakken, de afstand is te groot, of de eerste tien seconden gaan verloren aan kijken.