Kihon: de basistechnieken van karate
Kihon is het deel van de training waar de meeste mensen doorheen willen en waar alle andere delen op steunen. Het is ook het enige deel dat je in je eentje kunt verbeteren.
Gepubliceerd op Door de redactie van Karate Journaal
Wat kihon betekent
Kihon is het Japanse woord voor grondslag. In de zaal staat het voor het oefenen van losse technieken zonder partner: standen, verplaatsingen, stoten, blokkeringen en trappen. Ze worden geteld en herhaald, eerst langzaam en later op snelheid, en ze vormen de woordenschat waarmee de rest van het karate wordt geschreven.
Dat klinkt saai en is het soms ook. Maar wie let op wat er precies herhaald wordt, ziet dat het nooit twee keer hetzelfde is: de leraar verandert de nadruk, van het steunbeen naar de heup, van de heup naar de terugtrekkende arm, van de arm naar de ademhaling. De beweging blijft, de opdracht schuift op.
De standen
Alles begint bij de voeten. De voorwaartse stand geeft kracht naar voren, de achterwaartse geeft afstand en de mogelijkheid om te trappen, en de natuurlijke stand is waar het gevecht in de praktijk plaatsvindt. Beginners oefenen vooral de diepe standen, niet omdat er zo gevochten wordt, maar omdat een lage stand elke fout in de heup zichtbaar maakt.
De diepte verschilt per school. Waar de klassieke Japanse scholen lang en laag werken, houden de knock-downscholen de stand korter en de voeten dichter bij elkaar. Die verschillen zijn terug te vinden in de vergelijking van karatestijlen.
Stoten, blokkeringen, trappen
De stoot is de eerste techniek die iedereen leert en de laatste die iemand echt beheerst. Het draait niet om de arm maar om de volgorde: voet, heup, schouder, vuist, en dan een korte samentrekking op het eindpunt. De arm die terugkomt telt even zwaar als de arm die uitgaat, en dat is voor de meeste beginners de moeilijkste gewoonte.
Blokkeringen zijn zelden het botte tegenhouden dat het woord suggereert. In de praktijk zijn het afleidende bewegingen die de aanval van zijn lijn duwen, vaak gecombineerd met een verplaatsing. Trappen komen daarna: de voorwaartse trap, de ronde trap, en in de contactscholen de lage trap tegen het bovenbeen die uitgebreid beschreven staat in het dossier over Kyokushin karate.
Een techniek is niet af wanneer hij aankomt, maar wanneer hij terugkomt zonder dat iemand het ziet.
Waarom zoveel herhaling
Karate vraagt bewegingen die het lichaam nergens anders maakt. De heup die tegen de arm in draait, de vuist die op de laatste tien centimeter versnelt, het steunbeen dat gestrekt blijft terwijl het andere buigt: dat wordt pas betrouwbaar als het niet meer bedacht hoeft te worden. Herhaling is de enige bekende weg daarnaartoe.
Het gevolg is dat vooruitgang traag en schoksgewijs aanvoelt. Weken gebeurt er niets, en dan valt op een avond een techniek ineens op zijn plek. Dat patroon is normaal en het is de reden dat de meeste zalen de eerste maanden weinig over gevechten praten. Hoe die maanden er in de praktijk uitzien, staat beschreven in het stuk over de opbouw van een training.
Zelf zien of het beter wordt
Er zijn drie eenvoudige controles die geen leraar vereisen. De eerste: staat de stand er nog na twintig herhalingen, of zakt de knie naar binnen? De tweede: komt de terugtrekkende arm even snel terug als de andere uitgaat? De derde: klinkt het pak bij elke stoot hetzelfde, of alleen bij de eerste vijf?
Die drie kun je thuis nagaan, en het is een van de weinige delen van karate dat zich zonder partner laat onderhouden. Welke oefeningen daarvoor bruikbaar zijn en welke niet, staat in het artikel over karate thuis trainen. Wie liever eerst de vorm sluit, vindt de weg daarnaartoe in het stuk over kata en hun opbouw.
De volgorde van leren
Kihon wordt niet in willekeurige volgorde opgebouwd. Eerst komt de stand, dan de verplaatsing, dan de techniek in stilstand en pas daarna de techniek tijdens het verplaatsen. Wie die volgorde omdraait en meteen in beweging wil stoten, bouwt een techniek op een instabiele basis en moet later terug.
In de meeste zalen wordt dat afgedwongen door de indeling van de les: nieuwe leden krijgen een aangepaste opdracht binnen dezelfde oefening. Dat voelt traag, en het is de snelste weg die er is. Een techniek die goed staat na drie maanden, hoeft nooit meer afgeleerd te worden; een techniek die na drie weken al lijkt te werken, wordt vaak twee jaar later alsnog uit elkaar gehaald.